De richtlijn beschrijft vijf hoofdstappen: vaststellen van de noodzaak, kiezen van een interventie, uitvoeren, borgen en evalueren.
Stap 1 – Inventariseren
- Analyseer incidenten, bijna-ongevallen en risico’s.
- Ga in gesprek met medewerkers.
- Onderzoek of gedrag werkelijk de oorzaak is of dat eerst technische of organisatorische verbeteringen nodig zijn.
Stap 2 – Kiezen van de juiste interventie
- Kies een passende aanpak:
- Bewustwording
- Communicatie
- Procedures
- Training
- Coaching en feedback
- Betrek medewerkers bij de keuze.
Stap 3 – Uitvoeren
- Geef duidelijke instructies.
- Zorg dat leidinggevenden het goede voorbeeld geven.
- Oefen veilig gedrag in de praktijk.
- Maak veilig werken eenvoudig.
Stap 4 – Borgen
- Bespreek veiligheid dagelijks.
- Observeer en geef positieve feedback.
- Neem veilig gedrag op in werkoverleggen, toolboxen en functioneringsgesprekken.
- Beloon gewenst gedrag.
Stap 5 – Evalueren en verbeteren
- Meet incidenten, meldingen en observaties.
- Vraag medewerkers om feedback.
- Pas maatregelen aan waar nodig.
- Herhaal de PDCA-cyclus.
Resultaat
✅ Minder ongevallen
✅ Meer veiligheidsbewustzijn
✅ Sterkere veiligheidscultuur
✅ Hogere betrokkenheid van medewerkers
✅ Continu verbeteren

